LWEO

hoofdstuk 3

hoofdstuk 3

Waarom verandert de geldhoeveelheid?

Het vertrouwen van het publiek in de banken is van groot belang. Wordt het vertrouwen geschaad, dan kan een bankrun ontstaan. Het depositogarantiestelsel garandeert het spaargeld van burgers tot
€ 100.000. Een voorbeeld van een gedeeltelijke bankbalans:

             Balans geldscheppende bank
——————————————————————–
kas eigen vermogen
tegoed bij DNB rekening-couranttegoeden
debiteuren spaartegoeden
totaal totaal

 

Geldscheppende banken zijn de voornaamste oorzaak van veranderingen van de maatschappelijke geldhoeveelheid. Het afsluiten van een girale lening wordt wederzijdse schuldaanvaarding genoemd, omdat beide partijen een verplichting hebben. Bij wederzijdse schuldaanvaarding nemen de rekening-couranttegoeden toe.

Een bank kan alleen extra geld scheppen als zijn balans dat toestaat. Er moeten liquide middelen (kas + tegoed DNB) beschikbaar zijn als de klant een deel van het geld contant wil opnemen.

  kas + tegoed bij DNB  
liquiditeitspercentage = —————————————  × 100%
  rekening-couranttegoeden  

 

Een bank moet ook aan de solvabiliteitseis voldoen.

  eigen vermogen  
solvabiliteitspercentage = ———————————–  × 100%
  vreemd vermogen  

 

links
Geld en banken (video 15 min.)
Geldschepping en liquiditeit (video 5 min.)
Geldschepping door banken (video 4 min.)

begrippenlijst

Begrippenlijst hoofdstuk 3


— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —