LWEO

hoofdstuk 4

hoofdstuk 4

Hoeveel kunnen we kopen van ons geld?

Inflatie is een stijging van het algemeen prijspeil in het land.
Het gevolg van inflatie is dat het geld reëel minder waard wordt: met hetzelfde bedrag aan geld kun je door inflatie minder kopen dan voorheen.

Economen onderscheiden twee soorten oorzaken van inflatie. Prijsstijgingen kunnen veroorzaakt worden door vraagfactoren (bestedingsinflatie) en aanbodfactoren (kosteninflatie). Als de bestedingen stijgen tot boven de grens van de productiecapaciteit ontstaat er bestedingsinflatie: de prijzen gaan dan omhoog. Als ondernemers hogere productiekosten doorberekenen in hun prijzen spreken we van kosteninflatie. Het inflatierisico is groter naarmate de periode waarvoor het inkomen is vastgelegd verder in de toekomst ligt. Daarom houden pensioenfondsen rekening met de inflatie.

Ook werknemers kunnen last hebben van inflatie. Als de cao eenmaal is afgesloten liggen de nominale lonen van de werknemers voor een of enkele jaren vast. Door inflatie daalt de koopkracht van de lonen. Door inflatie kunnen ook de winsten van ondernemingen onder druk komen te staan. Ten slotte worden ook geldvermogens door inflatie aangetast.

Het algemeen prijspeil kan stabiel blijven, stijgen of dalen. Een daling van het algemeen prijsniveau, deflatie, komt niet vaak voor.

In de westerse landen zijn inflatiepercentages van enkele procenten per jaar gebruikelijk. Bij zo’n lichte stijging van het prijsniveau noemen we de prijzen stabiel. Bij extreem hoge prijsstijgingen, 100% en een veelvoud daarvan, spreken we van hyperinflatie.

links
Inflatie (video 3 min.)
Persoonlijke inflatie berekenen (www.cbs.nl)

begrippenlijst

Begrippenlijst hoofdstuk 4

bestedingsinflatie
Prijsstijging die ontstaat als de bestedingen groter worden dan de productiecapaciteit.
budgetonderzoek
Onderzoek naar de bestedingsgewoonten van een modaal gezin.
Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)
Instituut dat gegevens verzamelt over de Nederlandse economie.
consumentenprijsindexcijfer (CPI)
Maatstaf voor inflatie. De CPI geeft aan hoeveel procent de kosten van levensonderhoud in een jaar hoger zijn dan in het basisjaar.
deflatie
Daling van het algemeen prijsniveau.
geïndexeerd
Meestijgen met de inflatie, bijvoorbeeld pensioenen of lonen stijgen mee met de inflatie en zijn daarmee waardevast.
hyperinflatie
Extreem hoge prijsstijgingen.
inflatie
Stijging van het algemeen prijsniveau.
koopkracht van het geld
De hoeveelheid goederen en diensten die je met geld kunt kopen.
kosteninflatie
Inflatie door het doorberekenen van hogere productiekosten in de prijzen.
reëel inkomen
(= koopkracht) De hoeveelheid goederen die je met je inkomen kunt kopen.
waardevast
Uitkeringen zijn waardevast als ze met hetzelfde percentage stijgen als het inflatiepercentage.
welvaartsvast
Uitkeringen zijn welvaartsvast als ze met hetzelfde percentage stijgen als de gemiddelde stijging van de cao-lonen.