LWEO

Hoofdstuk 5

hoofdstuk 5

Het huishouden

Als je een huis huurt, moet je maandelijks huur betalen aan de eigenaar, maar heb je verder geen onderhoudskosten aan het huis. Het kopen van een huis moet gefinancierd worden. Dat kan door geld te lenen met het huis als onderpand. Een dergelijke hypothecaire lening heeft meestal een looptijd van 30 jaar. Over het geleende bedrag moet hypotheekrente worden betaald. De rente van een hypothecaire lening is aftrekbaar voor de inkomstenbelasting. Het geleende bedrag moet wel worden terugbetaald of afgelost.

Koopkracht
De koopkracht van het inkomen hangt af van het (nominale) inkomen en de prijzen van de gekochte producten. Als het nominale inkomen procentueel meer toeneemt dan de prijzen, stijgt de koopkracht ofwel het reële inkomen. De stijging van het algemeen prijsniveau heet inflatie.
De berekening van de koopkracht wordt gedaan door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Aan de hand van een budgetonderzoek bepaalt het CBS de wegingsfactoren van elke artikelgroep en elk artikel binnen die artikelgroep. De wegingsfactoren geven aan welk deel van de totale uitgaven aan een bepaalde artikelgroep wordt uitgegeven. Jaarlijks verandert het bestedingspatroon en worden de gewichten door het CBS bijgesteld. Door vervolgens na te gaan hoe de prijzen van de diverse producten zich ontwikkelen kan vervolgens een samengesteld gewogen prijsindexcijfer, de consumentenprijsindex (CPI) berekend worden.

links
Consumentenprijsindex (video 9 min.)

begrippenlijst

Begrippenlijst hoofdstuk 5


— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — 

extra oefenopgaven

Extra oefenopgaven (Word)