LWEO

hoofdstuk 4

hoofdstuk 4

Inkomensongelijkheid

Inkomensverschillen tussen personen kunnen worden gemeten door de verhouding tussen (10%) mensen met de hoogste inkomens en (10%) mensen met de laagste inkomens uit te rekenen. Hoe groter deze verhouding, hoe groter de inkomensverschillen. Inkomensverschillen kun je grafisch weergegeven met een lorenzcurve.

Als de inkomensverschillen door de herverdeling in verhouding kleiner worden, heet dat nivellering. Bij nivellering wordt de inkomensverdeling minder scheef of gelijker. De lorenzcurve ligt dan dichter bij de diagonaal. Als de inkomensverschillen in verhouding groter worden, dan noemen we dat denivellering. Bij denivellering wordt de inkomensverdeling schever of ongelijker. Zowel bij nivellering als bij denivellering gaat het niet om de absolute verschillen (in bedragen), maar om de relatieve verschillen, dus om de inkomensverhoudingen.

Het primaire inkomen wordt door de overheid herverdeeld. De overheid houdt enerzijds belasting en sociale premies in en geeft geld uit aan uitkeringen, subsidies en toeslagen. Het inkomen na herverdeling noemen we het secundaire inkomen.

Secundair inkomen = primair inkomen – ingehouden belastingen en sociale premies + uitkeringen en subsidies.

links
Armoede in een rijk land (video 15 min.)
Lorenzcurve (video 13 min.)

begrippenlijst

Begrippenlijst hoofdstuk 4


— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — 

extra oefenopgaven

Extra oefenopgaven (Word)