LWEO

hoofdstuk 2

hoofdstuk 2

Van volledige mededinging naar monopolie

Een monopolist is alleenheerser op een markt omdat hij de enige aanbieder is. Daarom kan hij in theorie zelf bepalen welke prijs hij vraagt voor zijn product. Toch is de macht van een monopolist beperkt. Als de monopolist de prijs te hoog vaststelt, zien sommige consumenten af van aankoop, waardoor de afzet van de monopolist terugloopt. De betalingsbereidheid van de consument is af te leiden uit de collectieve vraaglijn, dat is de vraaglijn van alle consumenten samen. De collectieve vraaglijn is tevens de prijsafzetlijn van de monopolist want hij geeft weer hoeveel de monopolist verkoopt bij verschillende prijzen.

Een bedrijf kan met behulp van de gemiddelde opbrengst (GO = P) en het aantal te verkopen producten de totale opbrengst (TO) berekenen (TO = GO × q). De marginale opbrengst (MO) geeft aan welke invloed een verandering van de afzet met één product heeft op de omzet van het bedrijf.

Als een monopolist verschillende prijzen in rekening brengt aan verschillende groepen consumenten voor hetzelfde product dan is er sprake van prijsdiscriminatie.

Bij privatisering wordt productie van de overheid overgeheveld naar de marktsector. Door de werking van de markt kan er, door onderlinge concurrentie, voor consumenten een betere prijs-kwaliteitverhouding ontstaan.

links
Hoezo samen delen (video 15 min.)
Break-evenpunt (video 8 min.)
Afromen van consumentensurplus (video 7 min.)
Duits bierkartel (www.nu.nl)

begrippenlijst

Begrippenlijst hoofdstuk 2


— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — 

extra oefenopgaven

Extra oefenopgaven (Word)