LWEO

hoofdstuk 1

hoofdstuk 1

Ongelijkheid in inkomen en vermogen

Er is verschil tussen inkomen en vermogen: vermogen bestaat uit bezittingen minus schulden. Het is een voorraadgrootheid: je kunt het op een moment meten. Spaargeld, aandelen en onroerend goed zijn voorbeelden van vermogen. Inkomen is een stroomgrootheid: je meet het over een periode. Vormen van primair inkomen zijn loon, pacht, huur, rente en winst.

Nederland kent een progressief belastingstelsel waarin de hogere inkomens relatief veel belasting betalen en omdat er een sociaal vangnet is in de vorm van uitkeringen, is de secundaire inkomensverdeling minder scheef dan de primaire inkomensverdeling. Door herverdeling van het inkomen door de overheid kunnen inkomensverschillen in verhouding kleiner of groter worden. Als de inkomensverschillen door de herverdeling in verhouding kleiner worden, heet dat nivellering. Bij nivellering wordt de inkomensverdeling minder scheef of gelijker. De lorenzcurve ligt dan dichter bij de diagonaal. Als de inkomensverschillen in verhouding groter worden, heet dat denivellering. Bij denivellering wordt de inkomensverdeling schever of ongelijker.

Er zijn verschillende manieren om ongelijkheid te meten en weer te geven:
• de parade van Pen
• de lorenzcurve
• de gini-coëfficiënt
• decielen en andere groepen

links
Parade van Pen (www.cbs.nl)
Parade van Pen (www.geodan.nl)
Lorenzcurve tekenen (www.economielokaal.nl)
Lorenzcurve en gini-coëfficiënt (www.economielokaal.nl)
Lorenzcurve en gini-coëfficiënt (video 8 min.)
Deciel (www.ensie.nl)
Deciel (www.ec.europa.eu/eurostat)

 

begrippenlijst