LWEO

Hoofdstuk 1

hoofdstuk 1

Kosten en Opbrengsten

Met voorbeelden uit het taxibedrijf en de fietswinkel worden in dit hoofdstuk verschillende economische begrippen behandeld waar een bedrijf mee te maken krijgt.

Het marktaandeel is het procentuele aandeel van de afzet of omzet van een bedrijf in de totale markt voor een bepaald product. In formule:

afzet bedrijf
marktaandeel afzet = ———————————————————–  × 100%
totale afzet op de markt (alle bedrijven)

 

omzet bedrijf
marktaandeel omzet = ————————————————————-  × 100%
totale omzet op de markt (alle bedrijven)

 
Bedrijven streven naar zo veel mogelijk winst. De totale winst (TW) is het verschil tussen de totale opbrengst (TO) en de totale kosten (TK). In symbolen: TW = TO – TK.
De totale opbrengst is hetzelfde als de omzet en is prijs × afzet. Dus TO = P × q.
De totale kosten bestaan uit twee onderdelen: constante kosten en variabele kosten.
De totale variabele kosten (TVK) zijn kosten die toenemen als er meer wordt geproduceerd. Ze zijn afhankelijk van de productieomvang. Voorbeelden zijn grondstoffen, energie en loonkosten van productiemedewerkers.

De totale constante kosten (TCK) zijn kosten die onafhankelijk zijn van de productieomvang.
De totale kosten kunnen worden berekend door de variabele en de constante kosten bij elkaar op te tellen: TK = TVK + TCK. Naast de totale kosten kunnen we ook naar de gemiddelde kosten (de kosten per product) kijken. De gemiddelde totale kosten zijn de totale kosten gedeeld door de afzet. In formule : GTK = TK/q. Omgekeerd geldt dan natuurlijk GTK x q = TK.

Als bedrijven te weinig produceren worden de constante kosten niet geheel terugverdiend. Pas vanaf een bepaalde productieomvang wordt er winst gemaakt. In het omslagpunt is de winst precies nul. Het snijpunt van de TO-lijn en de TK-lijn is het break-evenpunt (BEP). De bijbehorende afzet is de break-evenafzet (BEA) en de bijbehorende omzet is de break-evenomzet (BEO).

De marginale opbrengst (MO) is de extra opbrengst van een extra geproduceerd product. De marginale kosten (MK) zijn de extra kosten van een extra geproduceerd product. Wanneer MO groter is dan MK stijgt de winst. Wanneer MK groter is dan MO daalt de winst. Dus is de winst maximaal wanneer geldt: MO=MK.

Wanneer de marginale kosten groter zijn dan de gemiddelde variabale kosten (GVK=TVK/Q) dan stijgen de GVK. We spreken dan van progressief variabele kosten. Wanneer de GVK gelijkblijven, spreken we van proportioneel variabele kosten. MK is dan gelijk aan GVK, Wanneer de marginale kosten kleiner zijn dan de gemiddelde variabele kosten dan dalen de GVK. We spreken dan van degressief variabele kosten.

links
Kosten en Opbrengsten (video 15 min.)
Kosten en Opbrengsten (video 9 min.)
Break-evenpunt (video 9 min.)

begrippenlijst

Begrippenlijst


— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —