LWEO

Hoofdstuk 4

hoofdstuk 4

De arbeidsmarkt

In dit hoofdstuk komen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt aan bod en wordt uitgelegd waarom de perfecte arbeidsmarkt niet altijd feilloos werkt.

De arbeidsmarkt is het geheel van vraag naar arbeid en aanbod van arbeid. Het aanbod van arbeid wordt gevormd door alle personen die kunnen en willen werken van 15 jaar tot 75 Dit is de beroepsbevolking. De beroepsbevolking bestaat uit werknemers in loondienst, zelfstandigen en geregistreerde werklozen. De vraag naar arbeid komt van bedrijven en overheidsinstellingen die personeel nodig hebben. Als nog niet in de vraag voorzien is, is er sprake van vacatures. De totale vraag bestaat dus uit werknemers in loondienst, zelfstandigen en vacatures. Het loon waarbij vraag en aanbod van arbeid aan elkaar gelijk zijn, is het evenwichtsloon.

De arbeidsmarkt kan worden weergegeven in een grafiek, waarin L het loon en Qa en Qv het aanbod en de vraag naar arbeid weergeven. De vraag- en aanbodfuncties kunnen verschuiven als het aanbod van arbeid toe- of afneemt of als de vraag naar arbeid toe- of afneemt. Het aanbod van arbeid kan toenemen als gevolg van immigratie of het verhogen van de AOW-leeftijd, de vraag naar arbeid kan bijvoorbeeld toenemen omdat als gevolg van een toename van de export de productie toeneemt. Er komt dan een nieuw evenwicht tot stand met een lager loon (wanneer het aanbod toeneemt) of hoger loon (wanneer de vraag toeneemt)..

In de praktijk is de arbeidsmarkt soms anders dan door het vraag- en aanbodmodel wordt weergegeven. Dat komt doordat arbeid niet homogeen is: arbeiders hebben verschillende vaardigheden, opleiding en ervaring. En het loon wordt in de praktijk ook niet alleen door vraag en aanbod bepaald. Er zijn arbeidsmarktinstituties, zoals het minimumloon en de CAO. Het minimumloon is een ondergrens. In een CAO (collectieve arbeidsovereenkomst) worden door vakbonden en werkgeversbonden het loon en andere arbeidsvoorwaarden vastgesteld.

In de praktijk is ook werkloosheid een hardnekkig probleem. Werkloosheid kan verschillende oorzaken hebben. Wanneer het minimumloon of CAO-loon hoger is dan het evenwichtsloon wordt er meer arbeid aangeboden dan gevraagd en is er dus werkloosheid. Te hoge loonkosten kunnen er ook voor zorgen dat producten te duur worden geproduceerd, waardoor ze minder worden gekocht in het buitenland. Dat leidt tot werkloosheid. Dalende bestedingen door bedrijven of consumenten kunnen ook tot werkloosheid leiden: wanneer er minder wordt gekocht, wordt er ook minder geproduceerd en daalt de vraag naar arbeid. Soms verdwijnen banen als arbeid wordt vervangen door machines of doordat banen worden verplaatst naar het buitenland omdat arbeid daar goedkoper is. Zo is de kledingproductie grotendeels verdwenen. En door mechanisatie is nu nog maar 1% van de bevolking boer, terwijl dat een eeuw geleden nog 25% was. Werkloosheid als gevolg van verplaatsing van productie naar het buitenland of als gevolg van mechanisatie is meestal kortdurend. Na verloop van tijd ontstaan er weer nieuwe banen in andere sectoren, waarin de werklozen, na omscholing, weer aan het werk kunnen.

Werkloosheid en vacatures kunnen gelijktijdig bestaan: er is dan een mismatch tussen vraag en aanbod. Er zijn bijvoorbeeld werklozen in het ene beroep en tegelijkertijd zijn er vacatures in het andere beroep.

links
De arbeidsmarkt (video 1 min.)

begrippenlijst

Begrippenlijst


— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —