LWEO

Hoofdstuk 5

hoofdstuk 5

Hoe reageren we op veranderingen in prijs en inkomen?

Autorijden beïnvloedt niet alleen de welvaart van de mensen die autorijden, maar ook die van anderen. Als iemand besluit met de auto te gaan kan er een file ontstaat, waar hij niet alleen zelf last van heeft, maar ook de andere weggebruikers. Bovendien kan er eerder een ongeluk gebeuren met meer auto’s op de weg. Ook neemt de milieuvervuiling toe als er meer auto’s rijden. Dat zijn allemaal gevolgen waar anderen last van kunnen hebben. Economen zeggen dan dat er sprake is van een extern effect. Een extern effect is een gevolg van productie en/of consumptie voor de welvaart van anderen die niet in de prijs van het product is doorberekend. Negatieve externe effecten verminderen de welvaart, positieve externe effecten vergroten de welvaart.

Bij de keuze van productie en/of consumptie spelen private opbrengsten en private kosten de belangrijkste rol. Maatschappelijke kosten en maatschappelijke opbrengsten − dat zijn kosten of opbrengsten voor anderen – spelen geen of een ondergeschikte rol. De overheid probeert dit te corrigeren door het heffen van belastingen op schadelijke producten en door het geven van subsidies op producten die positieve effecten hebben. Door het heffen van accijns op benzine worden de externe effecten van het autorijden (stank, lawaai) doorberekend in de benzineprijs. Hierdoor worden externe effecten intern gemaakt: ze worden geïnternaliseerd.

Hoe sterk de consument reageert op prijsveranderingen van een product is afhankelijk van de prijselasticiteit van de vraag.
De prijselasticiteit van de vraag (Ev) geeft aan hoe sterk de vraag naar een goed reageert op een verandering van de prijs.

  de procentuele verandering van de vraag
Ev = ——————————————————–
  de procentuele verandering van de prijs

 
De prijselasticiteit is bij verreweg de meeste producten een negatief getal: als de prijs stijgt, daalt de gevraagde hoeveelheid. En als de prijs daalt, stijgt de gevraagde hoeveelheid.
Wanneer de vraag relatief sterk reageert op een prijsverandering spreken we van een elastische vraag. Wanneer de vraag relatief zwak reageert op een prijsverandering spreken we van een inelastische vraag.

Een stijging van het inkomen leidt in het algemeen tot een grotere vraag naar producten. Producten waarvan je meer gaat kopen als het inkomen stijgt, noemen we normale goederen. De normale goederen worden onderverdeeld in primaire goederen (eerste levensbehoeften) en luxe goederen. Primaire goederen zijn inkomensinelastisch: de vraag reageert zwak op een inkomensstijging. Luxe goederen zijn inkomenselastisch: de vraag reageert juist sterk op een inkomensverandering. Producten waarvan je minder koopt bij een inkomensstijging heten inferieure goederen.

links
Prijselasticiteit en de omzet (video 8 min.)

begrippenlijst

Begrippenlijst


— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —