LWEO

hoofdstuk 4

hoofdstuk 4

Werkloosheid

De werkloosheid wordt uitgedrukt in een percentage van de beroepsbevolking:

   aantal werklozen  
Werkloosheidspercentage = —————————  × 100
    beroepsbevolking  

 
Conjunctuur
In een periode van laagconjunctuur zijn de bestedingen relatief laag. Hierdoor daalt de productie en daalt de vraag naar arbeid en stijgt de werkloosheid. Werkloosheid die ontstaat door te lage bestedingen noemen we conjuncturele werkloosheid.

Natuurlijke werkloosheid
Evenwicht op de arbeidsmarkt betekent dat er geen werkloosheid is. Deze situatie komt niet voor. Er is altijd enige werkloosheid. Werkloosheid die niet het gevolg is van de op- en neergang van de economie noemen we natuurlijke werkloosheid. De natuurlijke werkloosheid wordt veroorzaakt door:
• Frictie werkloosheid: werknemers die van baan wisselen zijn tijdelijk werkloos omdat het enige tijd duurt om een (nieuwe) geschikte baan te vinden. Hetzelfde geldt voor schoolverlaters.
• Structurele werkloosheid: ontstaat door blijvende veranderingen in de economie zoals het vervangen van arbeid door machines, verplaatsing van productie naar lagelonenlanden, verslechtering van de internationale concurrentiepositie en door te hoge lonen.

Om structurele werkloosheid te bestrijden kan de overheid banen scheppen bij de overheid (ambtenaren, sociale werkplaatsen), subsidies geven aan werkgevers die laagproductieve werklozen in dienst nemen en laagproductieve werklozen scholen (die daardoor productiever kunnen worden).
De omvang van de werkgelegenheid kan berekend worden aan de hand van de volgende formule:

  productie  
werkgelegenheid = —————————-  × 100
  arbeidsproductiviteit  

 

links
Wat moet je doen als je werkloos bent? (video 5 min.)
Ik word werkloos (video 5 min.)

begrippenlijst

Begrippenlijst hoofdstuk 4


— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — 

extra oefenopgaven

Extra oefenopgaven (Word)