LWEO

hoofdstuk 3

hoofdstuk 3

Loonvorming

Als je gaat werken voor een bedrijf sluit je als werknemer met de werkgever een individueel arbeidscontract. Hierin worden de rechten en plichten van beide partijen (werk verrichten enerzijds en loon betalen anderzijds) vastgelegd. Je verdient minstens een door de overheid vastgesteld minimumloon. Het minimumloon is het loon dat iemand van 21 jaar wettelijk moet krijgen. Voor jongeren is er het minimumjeugdloon. In het arbeidscontract staan de primaire arbeidsvoorwaarden, zoals loon en de normale arbeidstijd. In het contract staan ook de secundaire arbeidsvoorwaarden, zoals onkostenvergoedingen, reiskostenvergoedingen, pauzeregelingen, vakantieregelingen, verlofregeling, auto van de zaak, enzovoort. De arbeidsvoorwaarden zijn gebaseerd op een collectief contract dat geldt voor alle werknemers in een bepaald bedrijf of in een bepaalde bedrijfstak: de collectieve arbeidsovereenkomst, de cao.

Een cao wordt afgesloten tussen de onderhandelaars van de vakbonden en de onderhandelaars van de werkgeversbonden of de directie van een bedrijf. In de cao worden loonsverhogingen afgesproken die voor iedereen in dat bedrijf of die bedrijfstak gelden. De loonstijging in euro’s noemen we de nominale loonstijging. Een nominale loonstijging hoeft niet te betekenen dat je voor het hogere loon ook meer kunt kopen. Daarvoor moet je ook rekening houden met de stijging van de prijzen (inflatie). Als je loon harder stijgt dan de prijzen dan neemt je koopkracht toe. Dit heet een stijging van het reële loon. Een individu kan ook een hoger loon krijgen vanwege een promotie of het afronden van een opleiding. Deze loonstijging geldt niet voor alle werknemers, we noemen dit een incidentele loonstijging.

links
Bereken jouw minimumloon (www.rijksoverheid.nl)

begrippenlijst

Begrippenlijst hoofdstuk 3


— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — 

extra oefenopgaven

Extra oefenopgaven (Word)