Lesbrief Bedrijf Starten (3e druk)

De lesbrief Bedrijf Starten gaat over zaken waar een ondernemer bij de start van zijn onderneming aan moet denken, zoals het regelen van vergunningen, het kiezen van de rechtsvorm en, in het bijzonder, het opstellen van financiële overzichten. Hoofdstuk 1 gaat over het zijn van zelfstandig ondernemer en waar een ondernemer bij de oprichting aan moet denken. In hoofdstuk 2 leer je alles over de balans van een onderneming. In hoofdstukken 3 en 4 leer je een liquiditeitsoverzicht en winst- en verliesrekening op te stellen. Hoofdstuk 5 gaat over de verbanden tussen de financiële overzichten van hoofdstukken 2, 3 en 4. Hoofdstuk 6 gaat over het administreren van financiële feiten met behulp van mutatiebalansen.

Hoofdstuk 1

De oprichting van een onderneming

Misschien heb je wel eens met het idee rondgelopen om later een eigen onderneming te starten. Je kunt ervoor kiezen om voor een baas te werken, maar je kunt dus ook als zelfstandig ondernemer aan de slag te gaan. In dit hoofdstuk leer je wat de verschillen zijn tussen deze twee manieren van werken. Als werknemer in loondienst heb je bijvoorbeeld een vast maandloon en kun je bij werkloosheid (onder bepaalde voorwaarden) recht hebben op een uitkering. Als zelfstandig ondernemer heb je meer verantwoordelijkheid en kan je inkomen elke maand verschillen.

Bij het starten van een onderneming moet je aan verschillende oprichtingseisen voldoen. Zo moet je de onderneming inschrijven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel en moet je over eventuele benodigde vergunningen beschikken. Ook moet je een rechtsvorm kiezen, dit is de juridische vorm waarin een organisatie uitgeoefend wordt. In dit hoofdstuk worden de kenmerken van de rechtsvormen eenmanszaak en vof (vennootschap onder firma) besproken.

Begrip Omschrijving
Arbeidsongeschiktheids-verzekering een verzekering die de verzekerde periodiek een bedrag uitkeert als hij zijn werkzaamheden niet kan verrichten door ziekte of bijvoorbeeld een ongeval.
Arbeidsrelatie als een werknemer in loondienst is bij een werkgever. Hij heeft een arbeidsovereenkomst gesloten met zijn werkgever.
Belastingdienst heft en int belastingen. Een onderneming wordt geregistreerd bij de Belastingdienst en krijgt een omzetbelastingnummer en btw-identificatienummer.
Besluitvorming de manier waarop beslissingen worden genomen.
Continuïteit het voortbestaan en het kunnen doordraaien van een bedrijf op lange termijn.
Eenmanszaak de rechtsvorm van een onderneming met één eigenaar.
Financiering de vermogensbronnen waaruit een bedrijf zijn investeringen (bezittingen) heeft betaald. Er kan gefinancierd worden met eigen en vreemd vermogen (leningen).
Firmanten of vennoten, zijn degenen die een overeenkomst zijn aangegaan om samen een vof uit te oefenen onder een gemeenschappelijke naam met als doel het resultaat (de winst) met elkaar te delen.
Hoofdelijk aansprakelijk als de onderneming failliet gaat (haar schulden niet kan terugbetalen), dan kan de schuldeiser de eigenaar of eigenaren van de organisatie privé aansprakelijk stellen voor de schulden. De ondernemer is niet alleen het vermogen kwijt dat in de onderneming zit, maar ook zijn privévermogen.
Inkomstenbelasting een directe belasting op inkomen. Bij een eenmanszaak en vof moet over het resultaat inkomstenbelasting worden betaald.
Juridische aansprakelijkheid bij een eenmanszaak en vof is er juridisch geen scheiding tussen het privé- en het zakelijk vermogen. De eigenaar of eigenaren zijn hoofdelijk aansprakelijk.
Kamer van Koophandel (KvK) organisatie waar alle bedrijven en organisaties zich moeten inschrijven en in bepaalde gevallen ook hun financiële stukken moeten deponeren zodat iedereen kan nagaan of een bedrijf ook werkelijk bestaat. Burgers kunnen de cijfers van bedrijven ook opvragen. Verder adviseert de Kamer van Koophandel bedrijven op allerlei terreinen.
Leiding beslissingen nemen en overeenkomsten sluiten met leveranciers en klanten.
Loondienst een werknemer is in loondienst bij een werkgever. Hij heeft een arbeidsovereenkomst gesloten met zijn werkgever.
Oprichtingseisen de oprichtingseisen van een eenmanszaak zijn inschrijving in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel (KvK), registratie bij de Belastingdienst en beschikken over vergunningen(en) (indien van toepassing).
Pensioenregeling regeling waarbij premie betaald wordt aan een pensioenuitvoerder. Bij het bereiken van de pensioenleeftijd wordt uit de opgebouwde rechten een uitkering ontvangen.
Rechtsvorm de juridische vorm van een organisatie waarin wordt vastgelegd wie de leiding heeft en wie aansprakelijk is voor de schulden van de organisatie.
Vennootschap onder firma (vof) een overeenkomst waarbij twee of meer personen (firmanten) afspreken samen een bedrijf uit te oefenen onder een gemeenschappelijke naam met als doel de winst met elkaar te delen.
Vennoten of firmanten, zijn degenen die een overeenkomst zijn aangegaan om samen een vof uit te oefenen onder een gemeenschappelijke naam met als doel het resultaat (de winst) met elkaar te delen.
Vergunningen toestemming van de overheid om bepaalde activiteit uit te voeren.
Werknemer een persoon die in loondienst is bij een werkgever.
Werkgever een organisatie die een of meerdere werknemer(s) in dienst heeft.
Zeggenschap het recht om beslissingen te nemen.
Zelfstandig ondernemer iemand die voor eigen rekening een onderneming opricht en/of leidt.

Your Content Goes Here

Extra oefenopgaven (in Word)

Hoofdstuk 2

De openingsbalans

Bij de start van een onderneming moet je niet alleen bedenken wat je wilt verkopen, maar ook welke bezittingen je daarvoor nodig hebt en hoe je deze gaat betalen. In dit hoofdstuk leer je daarom hoe je een investeringsbegroting en een financieringsbegroting maakt. Op de investeringsbegroting staan de bezittingen die nodig zijn en hoeveel deze kosten. Deze worden ingedeeld in vaste activa, die langer dan één jaar meegaan, en vlottende activa, die korter dan één jaar meegaan. Voorbeelden zijn machines, voorraad en geld op een bankrekening.

Op de financieringsbegroting staat hoe de ondernemer het geld voor de investeringen bij elkaar brengt. Dit kan bijvoorbeeld met eigen geld (eigen vermogen) of een onderhandse lening. De investeringsbegroting en financieringsbegroting vormen samen de openingsbalans van de onderneming.

Ook komt de btw in dit hoofdstuk aan bod. Als ondernemer breng je btw in rekening bij je klanten en draag je de ontvangen btw af aan de Belastingdienst. Over de btw die je zelf betaalt bij het inkopen van goederen en diensten, kun je de btw terugvragen van de fiscus (Belastingdienst).

Begrip Omschrijving
Af te dragen btw Een balanspost waarbij de te vorderen btw over een kwartaal verrekend is met de te betalen btw over dat kwartaal.
(Openings)balans een overzicht van de bezittingen, het eigen vermogen en het vreemd vermogen van een onderneming op een bepaald tijdstip.
Balansposten de verschillende onderdelen die op de balans worden geplaatst.
Belasting toegevoegde waarde (btw) of omzetbelasting, wordt door bedrijven betaald aan de overheid. Ondernemers berekenen deze belasting door in hun verkoopprijs. Zij innen de belasting van de consument en dragen deze daarna af aan de belastingdienst. Ondernemers mogen btw die zij aan andere bedrijven hebben betaald bij inkopen terugvragen. Er zijn verschillende btw-tarieven.
Crediteuren of ontvangen leverancierskrediet, is een krediet dat leveranciers verlenen aan een onderneming doordat een onderneming goederen van een leverancier ontvangt maar deze nog niet betaalt.
Debiteuren of verstrekt leverancierskrediet, is het bedrag dat de onderneming nog moet krijgen van klanten aan wie het bedrijf al goederen of dienst heeft geleverd.
Eigen vermogen vermogen dat de eigenaar of eigenaren in de onderneming in het bedrijf hebben gestoken en permanent aan een bedrijf toebehoort.
Financieringsbegroting hierop staat hoe de ondernemer de benodigde activa gaat financieren.
Financieringsbehoefte het geld dat een bedrijf nodig heeft om haar geplande investeringen te kunnen betalen.
Hypothecaire lening een lening verkregen wordt op onderpand van onroerend goed en waarbij de schuldeiser het onroerend goed mag verkopen indien de eigenaar van het onroerend goed zijn verplichtingen niet nakomt.
Inventaris de inboedel van de onderneming. Bestaat uit zaken als de verlichting, bureaus, computers.
Investeringsbegroting op een investeringsbegroting staan alle investeringen die men van plan is te gaan doen. Uit de investeringsbegroting blijkt de financieringsbehoefte.
Kort vreemd vermogen vermogen dat binnen 1 jaar moet worden terugbetaald aan de verstrekkers, zoals het rekening-courantkrediet van de bank en crediteuren.
Lang vreemd vermogen vermogen dat over meerdere jaren moet worden terugbetaald aan de verstrekkers, zoals een hypothecaire lening en een onderhandse lening.
Liquide middelen bezittingen in de vorm van geld (kas, bank).
Nog te betalen bedragen bedragen die de ondernemer nog moet betalen op de korte termijn.
Nog te ontvangen bedragen bedragen die de ondernemer nog moet ontvangen op de korte termijn.
Onderhandse lening een lening waarbij er persoonlijk contact is tussen geldgever en geldnemer om te onderhandelen over de voorwaarden van de lening.
Onderpand Als de geldnemer (de hypotheekgever) zijn betalingsverplichtingen niet nakomt dan mag de geldgever (hypotheeknemer) het onroerend goed verkopen en uit de opbrengst de lening aflossen.
Ontvangen afnemerskrediet is een krediet dat afnemers verlenen aan een bedrijf doordat afnemers vooruit moeten betalen. De klant betaalt vooruit en krijgt de goederen pas later geleverd. Dit krediet komt veel voor in de bouw.
Ontvangen leverancierskrediet of crediteuren, is een krediet dat leveranciers verlenen aan een bedrijf doordat een bedrijf goederen van een leverancier ontvangt maar deze nog niet betaalt.
Overlopende posten of transitorische posten, zijn balansposten die ontstaan doordat het moment van betalen niet samenvalt met de periode waaraan de kosten of opbrengsten worden toegekend. Overlopende posten zijn: nog te betalen bedragen, nog te ontvangen bedragen, vooruit ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen.
Rekening-courantkrediet (bankkrediet) een krediet waarbij de onderneming tot een bepaald maximumbedrag geld mag opnemen bij de bank.
Te betalen btw een schuld aan de belastingdienst doordat de ondernemer btw in rekening brengt bij klanten. De ondernemer moet de ontvangen btw afdragen aan de belastingdienst.
Te vorderen btw een vordering op de korte termijn op de belastingdienst die bestaat uit alle btw die een bedrijf betaald heeft aan haar leveranciers. De ondernemer kan deze betaalde btw terugvorderen van de belastingdienst.
Transitorische posten of overlopende posten, zijn balansposten die ontstaan doordat het moment van betalen niet samenvalt met de periode waaraan de kosten of opbrengsten worden toegekend. Overlopende posten zijn: nog te betalen bedragen, nog te ontvangen bedragen, vooruit ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen.
Vaste activa bezittingen die langer dan één jaar meegaan, zoals gebouwen en machines, en op korte termijn niet gemakkelijk om te zetten zijn in geld. Er wordt op afgeschreven om rekening te houden met waardevermindering.
Verstrekt afnemerskrediet is een krediet dat de ondernemer verstrekt aan de leverende partij door vooruit te betalen. De onderneming krijgt de goederen of diensten pas later geleverd.
Verstrekt leverancierskrediet of debiteuren, is het bedrag dat de onderneming nog moet krijgen van klanten aan wie het bedrijf al goederen of dienst heeft geleverd.
Vlottende activa bezittingen van de onderneming die korter dan één jaar meegaan. Het geïnvesteerde geld komt binnen 1 jaar weer vrij.
Voorraad goederen die in het bezit zijn van de onderneming met het doel deze op korte termijn te verkopen aan klanten.
Voorraadgrootheden grootheden die op een tijdstip worden gemeten.
Vooruitbetaalde bedragen de ondernemer is de afnemer en hij verstrekt de leverende partij krediet door vooruit te betalen. De onderneming krijgt de goederen of diensten pas later geleverd.
Vooruit ontvangen bedragen de ondernemer heeft een schuld aan de afnemer, omdat de afnemer al een bedrag vooruit heeft betaald aan de ondernemer. De ondernemer moet de tegenprestatie nog leveren.

Extra oefenopgaven (in Word)

Hoofdstuk 3

De liquiditeitsbegroting

Voor een ondernemer is het belangrijk om in kaart te brengen of de onderneming de komende tijd genoeg geld in kas of op de bankrekening heeft om rekeningen te betalen. Als dit niet het geval is, kan de onderneming in betalingsproblemen komen die in het ergste geval leiden tot een faillissement.

Daarom maakt een ondernemer een liquiditeitsbegroting: een overzicht van de verwachte ontvangsten en uitgaven over een bepaalde periode. Een liquiditeitsoverzicht is een achteraf opgesteld overzicht van de ontvangsten en uitgaven in een periode. In dit hoofdstuk leer je hoe je de ontvangsten en uitgaven berekent om deze vervolgens te verwerken in een liquiditeitsbegroting of liquiditeitsoverzicht.

De ontvangsten van een onderneming bestaan voornamelijk uit geld dat klanten betalen voor een goed of dienst. Daarnaast kunnen er ook overige ontvangsten zijn, bijvoorbeeld als de ondernemer een lening afsluit. De uitgaven bestaan voor een groot gedeelte uit geld dat aan leveranciers wordt betaald bij de inkoop van goederen. Daarnaast zijn er bijvoorbeeld uitgaven aan lonen van personeel en huuruitgaven. Ook de aflossing (terugbetalen) van een lening en de interest over een lening behoren tot de uitgaven van de onderneming.

Begrip Omschrijving
Aflossen het terugbetalen van geleend geld
Belasting toegevoegde waarde (btw) of omzetbelasting, wordt door bedrijven betaald aan de overheid. Ondernemers berekenen deze belasting door in hun verkoopprijs. Zij innen de belasting van de consument en dragen deze daarna af aan de belastingdienst. Ondernemers mogen btw die zij aan andere bedrijven hebben betaald bij inkopen terugvragen. Er zijn verschillende btw-tarieven.
Contante inkoop een inkoop waarbij de ondernemer direct betaalt.
Contante verkoop een verkoop waarbij de klant direct betaalt.
Crediteuren of ontvangen leverancierskrediet, is een krediet dat leveranciers verlenen aan een onderneming doordat een onderneming goederen van een leverancier ontvangt maar deze nog niet betaalt.
Debiteuren of verstrekt leverancierskrediet, is het bedrag dat de onderneming nog moet krijgen van klanten aan wie het bedrijf al goederen of dienst heeft geleverd.
Inkoop op rekening een inkoop waarbij de ondernemer later betaalt en krediet ontvangt van de leverancier.
Interest de vergoeding die betaald moet worden voor het lenen van geld.
Krediettermijn de tijd die een afnemer krijgt om te betalen.
Liquiditeitsbegroting een overzicht van de verwachte ontvangsten en uitgaven over een bepaalde periode.
Liquiditeitsoverzicht een overzicht van de ontvangsten en uitgaven over een bepaalde voorgaande periode.
Liquide middelen bezittingen in de vorm van geld (kas, bank).
Ontvangsten de bedragen die per bank of kas ontvangen worden van bijvoorbeeld klanten.
Ontvangsten uit contante verkopen de bedragen die per bank of kas ontvangen worden van klanten die bij aankoop direct betalen.
Ontvangsten van debiteuren de bedragen die per bank of kas ontvangen worden van klanten die eerder op rekening hebben gekocht.
Rente de vergoeding die betaald moet worden voor het lenen van geld.
Stroomgrootheden grootheden die over een bepaalde periode worden gemeten.
Uitgaven de bedragen die per bank of kas betaald worden aan bijvoorbeeld leveranciers.
Verandering liquide middelen het saldo van de ontvangsten en uitgaven geeft aan met welk bedrag de liquide middelen op de balans veranderen.
Verkoop op rekening een verkoop waarbij de afnemer later betaalt en krediet ontvangt van de onderneming.

Extra oefenopgaven (in Word)

Hoofdstuk 4

De exploitatiebegroting

Om te bekijken of een onderneming winst of verlies heeft gemaakt, wordt een winst- en verliesrekening opgesteld. Dit is een overzicht van de opbrengsten en kosten in een bepaalde periode. Ook kan een ondernemer vooraf inschatten wat het resultaat (de winst of het verlies) zal worden door een exploitatiebegroting te maken. Dit is een overzicht van de verwachte opbrengsten en kosten in een bepaalde periode. Bij een positief resultaat (winst) stijgt het eigen vermogen van de onderneming. Bij een negatief resultaat (verlies) daalt het eigen vermogen.

Een onderneming genereert opbrengsten op het moment dat zij goederen of diensten verkoopt aan klanten. De kosten waar een onderneming mee te maken krijgt zijn onder andere de inkoopwaarde van de omzet, huurkosten, afschrijvingskosten, loonkosten en interestkosten. Afschrijvingskosten ontstaan doordat de waarde van vaste activa zoals machines en auto’s afneemt over de tijd. In dit hoofdstuk leer je dat de opbrengsten en kosten over een periode niet gelijk zijn aan de ontvangsten en uitgaven in een periode.

Begrip Omschrijving
Aanschafwaarde bestaat uit de aankoopprijs van het productiemiddel exclusief btw en eventuele bijkomende kosten (bijvoorbeeld installatiekosten) van het productiemiddel exclusief btw. Het productiemiddel komt bij aankoop tegen aanschafwaarde op de balans te staan.
Aflossen het terugbetalen van geleend geld.
Afschrijving (op basis van aanschafwaarde) rekening houden met de waardevermindering van vaste activa in de loop van de tijd. Elke periode wordt een vast percentage van de aanschafwaarde afgeschreven, waardoor de afschrijvingen elke periode even groot zijn.
Afschrijvingskosten het bedrag van de waardevermindering van de vaste activa.
Afzet het aantal verkochte goederen of diensten.
Boekwaarde de aanschafwaarde minus alle afschrijvingen die tot een bepaalde datum gedaan zijn.
Economische levensduur hoe lang het productiemiddel winstgevende prestaties levert voor de onderneming. De economische levensduur wordt gebruikt bij het berekenen van de afschrijvingskosten.
Eigen vermogen vermogen dat de eigenaar of eigenaren in de onderneming in het bedrijf hebben gestoken en permanent aan een bedrijf toebehoort.
Exploitatiebegroting een overzicht van de verwachte opbrengsten en kosten in een bepaalde periode.
Inkoopwaarde van de omzet inkoopwaarde van de verkochte producten.
Inkopen het bedrag waarvoor een onderneming goederen heeft ingekocht in een bepaalde periode.
Interestkosten of rentekosten, is de vergoeding die betaald moet worden voor het lenen van geld.
Kasstelsel wordt gebruikt bij het opstellen van de liquiditeitsbegroting en het liquiditeitsoverzicht. Bij het kasstelsel gaat het om het moment waarop het geld ontvangen of betaald wordt door de onderneming.
Loonkosten het bedrag dat de werkgever in totaal kwijt is als hij een persoon in loondienst heeft. De hoogte van de loonkosten wordt onder andere bepaald door het brutoloon, de hoogte van het vakantiegeld en de sociale lasten.
Omzet het aantal verkochte producten (afzet) maal de verkoopprijs. Het bedrag komt exclusief btw op de exploitatiebegroting te staan.
Opbrengst de vergoeding die de ondernemer krijgt voor het verkopen van goederen en diensten in een bepaalde periode. De opbrengst bestaat voornamelijk uit de omzet, maar soms komen er ook andere opbrengsten voor zoals interest- en huuropbrengsten.
Overlopende posten of transitorische posten, zijn balansposten die ontstaan doordat het moment van betalen niet samenvalt met de periode waaraan de kosten of opbrengsten worden toegekend. Overlopende posten zijn: nog te betalen bedragen, nog te ontvangen bedragen, vooruit ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen.
Periodetoerekeningsstelsel Wordt gebruikt bij het opstellen van de exploitatiebegroting en winst- en verliesrekening. Bij het periodetoerekeningsstelsel wordt bekeken op welke periode de opbrengsten en kosten betrekking hebben.
Privéontvangsten de eigenaar van een eenmanszaak of vof stort geld in zijn onderneming door bijvoorbeeld geld over te maken naar de bankrekening van de onderneming. Het eigen vermogen van de onderneming stijgt.
Privéuitgaven de eigenaar van een eenmanszaak of vof haalt geld uit de onderneming om dit te gebruiken voor privédoeleinden. Het eigen vermogen van de onderneming daalt.
Restwaarde de waarde van het productiemiddel op het einde van de gebruiksduur exclusief btw. Eventuele sloopkosten die gemaakt moeten worden, moeten van de restwaarde worden afgetrokken.
Resultaat wordt berekend door de totale opbrengsten te verminderen met de totale kosten.
Stroomgrootheden grootheden die over een bepaalde periode worden gemeten.
Verkoopprijs het bedrag dat de ondernemer vraagt aan de klant als tegenprestatie voor de levering van een goed of dienst.

De ondernemer brengt de klant de verkoopprijs inclusief btw (de consumentenprijs) in rekening.

Winst- en verliesrekening een overzicht van de opbrengsten en kosten over een bepaalde voorgaande periode.

Extra oefenopgaven (in Word)

Hoofdstuk 5

Verbanden tussen financiële overzichten

In dit hoofdstuk leer je hoe de verbanden tussen financiële overzichten van de voorgaande hoofdstukken in elkaar zitten. Je leert onder andere hoe een ondernemer, vanuit zijn openingsbalans, liquiditeitsoverzicht en winst- en verliesrekening, de eindbalans van zijn onderneming opstelt en hoe hij, als de ontvangsten en uitgaven in een periode bekend zijn, de opbrengsten en kosten over die periode berekent.

Begrip Omschrijving
Aflossen het terugbetalen van geleend geld.
Afschrijving rekening houden met de waardevermindering van vaste activa in de loop van de tijd.
Af te dragen btw een balanspost waarbij de te vorderen btw over een kwartaal verrekend is met de te betalen btw over dat kwartaal.
Beginbalans een overzicht van de bezittingen, het eigen vermogen en het vreemd vermogen van een onderneming aan het begin van een periode.
Crediteuren of ontvangen leverancierskrediet, is een krediet dat leveranciers verlenen aan een onderneming doordat een onderneming goederen van een leverancier ontvangt maar deze nog niet betaalt.
Debiteuren of verstrekt leverancierskrediet, is het bedrag dat de onderneming nog moet krijgen van klanten aan wie het bedrijf al goederen of dienst heeft geleverd.
Eigen vermogen vermogen dat de eigenaar of eigenaren in de onderneming in het bedrijf hebben gestoken en permanent aan een bedrijf toebehoort.
Exploitatiebegroting een overzicht van de verwachte opbrengsten en kosten in een bepaalde periode.
Geprognosticeerde eindbalans de verwachte balans aan het einde van een periode. Deze is af te leiden is uit de beginbalans, een liquiditeitsbegroting en een exploitatiebegroting.
Gerealiseerde balans de balans aan het einde van een periode. Deze is af te leiden uit de beginbalans, de winst- en verliesrekening en het liquiditeitsoverzicht.
Inkoopwaarde van de omzet inkoopwaarde van de verkochte producten.
Inkopen (op rekening) het bedrag waarvoor een onderneming goederen heeft ingekocht in een bepaalde periode. Dit kan contant gebeuren (de onderneming betaalt direct) of op rekening (de ondernemer betaalt later en ontvangt krediet van de leverancier).
Kosten het bedrag van de opgeofferde productiemiddelen ten behoeve van het productieproces van de onderneming.
Liquiditeitsbegroting een overzicht van de verwachte ontvangsten en uitgaven over een bepaalde periode.
Liquiditeitsoverzicht een overzicht van de ontvangsten en uitgaven over een bepaalde voorgaande periode.
Nog te betalen bedragen bedragen die de ondernemer nog moet betalen op de korte termijn.
Nog te ontvangen bedragen bedragen die de ondernemer nog moet ontvangen op de korte termijn.
Ontvangsten de bedragen die per bank of kas ontvangen worden van bijvoorbeeld klanten.
Opbrengsten de vergoeding die de ondernemer krijgt voor het verkopen van goederen en diensten in een bepaalde periode. De opbrengst bestaat voornamelijk uit de omzet, maar soms komen er ook andere opbrengsten voor zoals interest- en huuropbrengsten.
Overlopende posten of transitorische posten, zijn balansposten die ontstaan doordat het moment van betalen niet samenvalt met de periode waaraan de kosten of opbrengsten worden toegekend. Overlopende posten zijn: nog te betalen bedragen, nog te ontvangen bedragen, vooruit ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen.
Privéontvangsten de eigenaar van een eenmanszaak of vof stort geld in zijn onderneming door bijvoorbeeld geld over te maken naar de bankrekening van de onderneming. Het eigen vermogen van de onderneming stijgt.
Privéuitgaven de eigenaar van een eenmanszaak of vof haalt geld uit de onderneming om dit te gebruiken voor privédoeleinden. Het eigen vermogen van de onderneming daalt.
Te betalen btw een schuld aan de belastingdienst doordat de ondernemer btw in rekening brengt bij klanten. De ondernemer moet de ontvangen btw afdragen aan de belastingdienst.
Te vorderen btw een vordering op de korte termijn op de belastingdienst die bestaat uit alle btw die een bedrijf betaald heeft aan haar leveranciers. De ondernemer kan deze betaalde btw terugvorderen van de belastingdienst.
Uitgaven de bedragen die per bank of kas betaald worden aan bijvoorbeeld leveranciers.
Verandering liquide middelen het saldo van de ontvangsten en uitgaven geeft aan met welk bedrag de liquide middelen op de balans veranderen.
Verkopen (op rekening) als een onderneming een goed of dienst verkoopt aan een klant kan dit contant gebeuren (de klant betaalt direct) of op rekening (de afnemer betaalt later en krediet ontvangt van de onderneming).
Voorraad goederen die in het bezit zijn van de onderneming met het doel deze op korte termijn te verkopen aan klanten.
Vooruit betaalde bedragen de ondernemer is de afnemer en hij verstrekt de leverende partij krediet door vooruit te betalen. De onderneming krijgt de goederen of diensten pas later geleverd.
Vooruit ontvangen bedragen de ondernemer heeft een schuld aan de afnemer, omdat de afnemer al een bedrag vooruit heeft betaald aan de ondernemer. De ondernemer moet de tegenprestatie nog leveren.
Winst- en verliesrekening een overzicht van de opbrengsten en kosten over een bepaalde voorgaande periode.

Extra oefenopgaven (in Word)

Hoofdstuk 6

De administratie van financiële feiten

Een beginbalans en eindbalans geven allebei een momentopname van de financiële situatie van een onderneming. Tussen deze twee momenten gebeurt er van alles in het bedrijf: er worden bijvoorbeeld inkopen gedaan, klanten betalen hun rekeningen en er worden kosten gemaakt. Hierdoor veranderen de balansposten. De ondernemer moet al deze veranderingen bijhouden in de financiële administratie. Dit kan met behulp van mutatiebalansen. Hoe je deze maakt, leer je in dit hoofdstuk.

Begrip Omschrijving
Aflossen het terugbetalen van geleend geld.
Afschrijving rekening houden met de waardevermindering van vaste activa in de loop van de tijd.
Af te dragen btw een balanspost waarbij de te vorderen btw over een kwartaal verrekend is met de te betalen btw over dat kwartaal.
Crediteuren of ontvangen leverancierskrediet, is een krediet dat leveranciers verlenen aan een onderneming doordat een onderneming goederen van een leverancier ontvangt maar deze nog niet betaalt.
Debiteuren of verstrekt leverancierskrediet, is het bedrag dat de onderneming nog moet krijgen van klanten aan wie het bedrijf al goederen of dienst heeft geleverd.
Eigen vermogen vermogen dat de eigenaar of eigenaren in de onderneming in het bedrijf hebben gestoken en permanent aan een bedrijf toebehoort.
Inkoopwaarde van de omzet inkoopwaarde van de verkochte producten.
Inkopen (op rekening) het bedrag waarvoor een onderneming goederen heeft ingekocht in een bepaalde periode. Dit kan contant gebeuren (de onderneming betaalt direct) of op rekening (de ondernemer betaalt later en ontvangt krediet van de leverancier).
Kosten het bedrag van de opgeofferde productiemiddelen ten behoeve van het productieproces van de onderneming.
Mutatiebalans daarop staan de veranderingen (mutaties) in de balans die optreden als gevolg van een financieel feit.
Nog te betalen bedragen bedragen die de ondernemer nog moet betalen op de korte termijn.
Nog te ontvangen bedragen bedragen die de ondernemer nog moet ontvangen op de korte termijn.
Ontvangsten de bedragen die per bank of kas ontvangen worden van bijvoorbeeld klanten.
Opbrengsten de vergoeding die de ondernemer krijgt voor het verkopen van goederen en diensten in een bepaalde periode. De opbrengst bestaat voornamelijk uit de omzet, maar soms komen er ook andere opbrengsten voor zoals interest- en huuropbrengsten.
Privéontvangsten de eigenaar van een eenmanszaak of vof stort geld in zijn onderneming door bijvoorbeeld geld over te maken naar de bankrekening van de onderneming. Het eigen vermogen van de onderneming stijgt.
Privéuitgaven de eigenaar van een eenmanszaak of vof haalt geld uit de onderneming om dit te gebruiken voor privédoeleinden. Het eigen vermogen van de onderneming daalt.
Te betalen btw een schuld aan de belastingdienst doordat de ondernemer btw in rekening brengt bij klanten. De ondernemer moet de ontvangen btw afdragen aan de belastingdienst.
Te vorderen btw een vordering op de korte termijn op de belastingdienst die bestaat uit alle btw die een bedrijf betaald heeft aan haar leveranciers. De ondernemer kan deze betaalde btw terugvorderen van de belastingdienst.
Uitgaven de bedragen die per bank of kas betaald worden aan bijvoorbeeld leveranciers.
Verkopen (op rekening) als een onderneming een goed of dienst verkoopt aan een klant kan dit contant gebeuren (de klant betaalt direct) of op rekening (de afnemer betaalt later en krediet ontvangt van de onderneming).
Voorraad goederen die in het bezit zijn van de onderneming met het doel deze op korte termijn te verkopen aan klanten.
Vooruit betaalde bedragen de ondernemer is de afnemer en hij verstrekt de leverende partij krediet door vooruit te betalen. De onderneming krijgt de goederen of diensten pas later geleverd.
Vooruit ontvangen bedragen de ondernemer heeft een schuld aan de afnemer, omdat de afnemer al een bedrag vooruit heeft betaald aan de ondernemer. De ondernemer moet de tegenprestatie nog leveren.

Extra oefenopgaven (in Word)