Lesbrief Personeelsbeleid en Interne Organisatie (3e druk)

De lesbrief Personeelsbeleid en Interne Organisatie gaat over zaken waar je binnen een organisatie mee te maken krijgt als het gaat om personeel en de manier waarop het werk is georganiseerd. In het eerste deel van de lesbrief staat personeelsbeleid centraal. Hoofdstuk 1 gaat over het werven en selecteren van personeel. In hoofdstuk 2 leer je over verschillende vormen van arbeidsrelaties, arbeidsvoorwaarden, cao’s en de ondernemingsraad. Hoofdstuk 3 gaat over het einde van een arbeidsovereenkomst, bijvoorbeeld wanneer een werknemer zelf ontslag neemt of wordt ontslagen. Ook leer je wat een transitievergoeding is.

In het tweede deel van de lesbrief staat de interne organisatie centraal. Hoofdstuk 4 gaat over verschillende soorten organisaties, hun doel en hun bestaansrecht. Ook leer je meer over de rechtsvormen stichting en vereniging en over maatschappelijk verantwoord ondernemen. In hoofdstuk 5 leer je hoe de samenwerking binnen een organisatie kan worden gestructureerd. Hoofdstuk 6 gaat over management en leiderschap.

Hoofdstuk 1

Werving en selectie

Een organisatie heeft personeel nodig om de werkzaamheden uit te voeren. Voordat nieuwe medewerkers worden aangenomen, moet de organisatie daarom eerst inzicht hebben in de personeelsbehoefte: hoeveel personeelsleden zijn nodig en voor welke functies? In dit hoofdstuk leer je wat een functieprofiel en functiewaardering zijn en hoe het proces van werving en selectie verloopt.

Het proces van werving begint bij het ontstaan van een vacature, een beschikbare arbeidsplaats. De organisatie stelt vervolgens een vacaturetekst op en kiest ervoor om intern of extern te werven. Beide manieren hebben hun eigen voor- en nadelen. Ook de verschillende stappen van een sollicitatieprocedure komen in dit hoofdstuk aan bod.

Begrip Omschrijving
Personeelsbehoefte het aantal personeelsleden dat nodig is om de taken binnen de organisatie uit te voeren (kwantitatief) en welke eisen de organisatie stelt aan het personeel in verband met de functies die uitgeoefend worden in de organisatie (kwalitatief).
Functieprofiel een beschrijving van de inhoud van een functie. Een functieprofiel geeft aan welke kennis, vaardigheden en persoonlijke kwaliteiten vereist zijn om die functie adequaat uit te oefenen.
Functiewaardering het indelen van functies in bepaalde rangorde op basis van de relatieve zwaarte van de functie.
Vacature een onbezette arbeidsplaats waarvoor personeel wordt gezocht.
Sollicitatieprocedure kan bestaan uit de selectie van kandidaten, sollicitatiegesprekken, assessments (tests) en het arbeidsvoorwaardengesprek.
Werving- en selectiebureau een bureau dat door een organisatie ingehuurd kan worden om het proces rond de werving en selectie van een kandidaat voor een vacature te verzorgen.
Interne werving de organisatie zoekt binnen het bestaande personeelsbestand kandidaten om een vacature in te vullen.
Externe werving de organisatie zoekt buiten de organisatie naar kandidaten.

Extra oefenopgaven (in Word)

Hoofdstuk 2

Werknemers en zzp’ers

Heb jij een bijbaan? Grote kans dat je daarvoor een individuele arbeidsovereenkomst hebt getekend. In dit hoofdstuk leer je meer over verschillende vormen van arbeidsrelaties en wat daarbij komt kijken.

Na de werving kan een organisatie ervoor kiezen om de geselecteerde persoon in loondienst te nemen of in te huren als zzp’er. Bij een individuele arbeidsovereenkomst moet aan drie voorwaarden worden voldaan: de werknemer verricht de arbeid zelf, ontvangt loon en is ondergeschikt aan de werkgever. Er zijn verschillende soorten arbeidsovereenkomsten. Een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft geen afgesproken einddatum en loopt totdat de werknemer of werkgever het beëindigt, terwijl een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd wel een afgesproken einddatum heeft. Daarnaast bestaat er een oproepcontract.

Het loon en andere arbeidsvoorwaarden zijn vastgelegd in de arbeidsovereenkomst, de collectieve arbeidsovereenkomst (cao), de wet en afspraken die binnen de organisatie zijn gemaakt met de ondernemingsraad (OR). In dit hoofdstuk leer je daar meer over.

Een zzp’er werkt niet in loondienst, maar wordt door een organisatie ingehuurd om werkzaamheden uit te voeren. Een zzp’er sluit een overeenkomst van opdracht af in plaats van een individuele arbeidsovereenkomst. De verschillen tussen werknemers en zzp’ers komen in dit hoofdstuk uitgebreid aan bod.

Begrip Omschrijving
individuele arbeidsovereenkomst Is een overeenkomst waarbij de ene partij, de werknemer, zich verbindt in dienst van de andere partij, de werkgever, tegen loon gedurende zekere tijd arbeid te verrichten.
arbeidsverplichting De werknemer is verplicht tot het verrichten van arbeid in dienst van de werkgever. Een van de voorwaarden aan een individuele arbeidsovereenkomst.
loon ontvangen De werknemer ontvangt loon van de werkgever. Een van de voorwaarden aan een individuele arbeidsovereenkomst.
gezagsverhouding Een werknemer in dienst van een werkgever is ondergeschikt aan de werkgever. Een van de voorwaarden aan een individuele arbeidsovereenkomst.
voor onbepaalde tijd Een vaste baan wordt ook wel een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd genoemd.
voor bepaalde tijd Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is een overeenkomst voor een beperkte periode, bijvoorbeeld een jaar.
oproepcontract Je bent een oproepkracht als je werkt wanneer de werkgever je daar toe oproept.
collectieve arbeidsovereenkomst (cao) Een overeenkomst afgesloten tussen werknemers-organisaties (vakbonden) en werkgeversorganisaties (of een werkgever) waarin de arbeidsvoorwaarden voor een bedrijfstak (of een onderneming) worden vastgelegd.
werknemersorganisaties Vertegenwoordigen werknemers bij onder andere cao-onderhandelingen.
werkgeversorganisaties Vertegenwoordigen werkgevers bij onder andere cao-onderhandelingen.
ondernemingsraad (OR) Orgaan waarmee de inspraak (zeggenschap) van het personeel in de onderneming is geregeld.
medezeggenschapsraad (MR) Orgaan waarmee de inspraak van het personeel, de ouders en de leerlingen in de schoolorganisatie is geregeld. Personeel enerzijds en ouders/leerlingen anderzijds zijn evenredig vertegenwoordigd.
beloningsvormen Manieren om de werknemer te belonen voor het werk dat de werknemer heeft verricht.
in geld een vergoeding of beloning in geld voor het werk dat de werknemer heeft verricht.
in aandelen Belonen in aandelen een manier om het personeel te binden aan de  onderneming. Veelal gaat het om aandelenopties die pas na een bepaalde tijd – bijvoorbeeld  jaar – verzilverd kunnen worden.
carrièreperspectief het vergroten van de kansen op promotie van deze werknemers.
mogelijkheid tot professionele ontwikkeling het bieden van de mogelijkheid tot verdere professionele ontwikkeling van de werknemer. Vaak wordt dit vastgelegd in een persoonlijk ontwikkelingsplan waarin afspraken worden gemaakt over scholing en doorstroming naar andere interne of externe functies.
zzp’er Zzp staat voor zelfstandige zonder personeel. Zzp’ers verkopen voor eigen rekening en risico diensten of producten. Een ander woord voor zzp’er is freelancer.
freelancer Een ander woord voor freelancer is zzp’er. Zzp staat voor zelfstandige zonder personeel. Zzp’ers verkopen voor eigen rekening en risico diensten of producten.
overeenkomst van opdracht Is een overeenkomst waarbij twee partijen afspreken dat de ene partij een opdracht uitvoert voor de andere partij. Een zzp’er tekent zo’n overeenkomst met een opdrachtgever.
werknemer Een persoon die in loondienst is bij een werkgever.
werkgever Een organisatie die een of meerdere werknemer(s) in dienst heeft.
in loondienst Een werknemer is in loondienst bij een werkgever. Hij heeft een individuele arbeidsovereenkomst gesloten met zijn werkgever.
arbeidsvoorwaarden voorwaarden waaronder de werknemer het werk verricht zoals de beloning, de werktijden, de vakantiedagen, etc.
vakbond Belangenorganisatie van werknemers die de individuele en collectieve belangen van de werknemers behartigt (met eenzelfde vak/beroep).
primaire arbeidsvoorwaarden Arbeidsvoorwaarden die betrekking hebben op het loon en de arbeidstijd.
secundaire arbeidsvoorwaarden Arbeidsvoorwaarden die bovenop de primaire arbeidsvoorwaarden komen zoals: vakantieregelingen, studiefaciliteiten, kinderopvang, e.d.
adviesrecht het recht van de ondernemingsraad om advies uit te brengen over een voorgenomen besluit van de directie.
instemmingsrecht Het recht van de ondernemingsraad om al of niet in te stemmen met een voorgenomen besluit van de directie.
initiatiefrecht Het recht van de ondernemingsraad om over alle aangelegenheden, de onderneming betreffende, voorstellen te doen en standpunten kenbaar te maken.
recht op informatie Het recht van de ondernemingsraad op informatie-verstrekking door de directie van de onderneming.
opdrachtgever Een zzp’er tekent met een opdrachtgever een overeenkomst van opdracht. Dit is een overeenkomst waarbij twee partijen afspreken dat de ene partij een opdracht uitvoert voor de andere partij.

Extra oefenopgaven (in Word)

Hoofdstuk 3

Ontslag

Dit hoofdstuk gaat over het einde van een individuele arbeidsovereenkomst. Een werknemer kan ontslag nemen, bijvoorbeeld als hij een andere baan heeft gevonden. Het kan ook voorkomen dat een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (van rechtswege) eindigt of dat de werkgever een werknemer ontslaat. Het ontslaan van werknemers is aan vele regels gebonden. In dit hoofdstuk leer je welke ontslaggronden er worden onderscheiden. In sommige gevallen moet de werkgever toestemming voor het ontslag krijgen van het UWV. In andere gevallen moet de werkgever naar de kantonrechter. Ook kan het ontslaan van personeel leiden tot een grote kostenpost, omdat een ontslagen werknemer meestal recht heeft op een transitievergoeding.

Begrip Omschrijving
ontslag beëindiging van de arbeidsovereenkomst tussen werkgever en werknemer.
ontslagrecht Rechtsregels die betrekking hebben op de ontbinding van een arbeidsovereenkomst.
ontslaggronden Redenen voor ontslag
transitievergoeding Ontslagvergoeding
van rechtswege Een individuele arbeidsovereenkomst voor een bepaalde tijd eindigt automatisch.
met wederzijds goedvinden De werkgever en werknemer kunnen met elkaar afspreken dat de arbeidsovereenkomst eindigt.
UWV Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV). Is een instantie waar werklozen zich inschrijven als werkzoekende en een uitkering kunnen aanvragen. Voor ontslag wegens bedrijfseconomische redenen en langdurige arbeidsongeschiktheid moet de werkgever toestemming vragen aan het UWV.
bedrijfseconomische omstandigheden Als de organisatie in een slechte financiële situatie verkeert.
langdurige arbeidsongeschiktheid Als de werknemer twee jaar of langer arbeidsongeschikt is.
kantonrechter Hier kan een werkgever verzoek tot ontslag indienen als hij de werknemer wil ontslaan om andere redenen dan bedrijfseconomische omstandigheden en langdurige arbeidsongeschiktheid.
frequent ziekteverzuim als de werknemer regelmatig niet kan werken vanwege ziekte.
slecht functioneren als de werknemer onvoldoende presteert in zijn functie.
verwijtbaar handelen Als de werknemer diefstal pleegt, zich niet houdt aan de geheimhoudingsplicht of in een traject van ziekte of arbeidsongeschiktheid niet meewerkt.
werkweigering vanwege een ernstig gewetensbezwaar als de werknemer bepaalde taken niet wil verrichten omdat deze in strijd zijn met zijn persoonlijke normen en waarden.
verstoorde arbeidsverhouding Als werkgever en werknemer onenigheid met elkaar hebben.
ontslag tijdens de proeftijd Tijdens de proeftijd mogen de werkgever en de werknemer, zonder de reden hiervan bekend te maken, de overeenkomst eenzijdig opzeggen. Er hoeft geen rekening gehouden te worden met de opzegtermijn.
ontslag op staande voet wegens dringende reden Een werkgever kan een werknemer op staande voet ontslaan als daar een dringende reden voor is, zoals diefstal, fraude, mishandeling of werkweigering zonder goede reden.
ontbindende voorwaarde Als aan een ontbindende voorwaarde wordt voldaan (zoals het niet behalen van een diploma), kan de arbeidsovereenkomst beëindigd worden.
WW-uitkering Uitkering bij werkloosheid

Extra oefenopgaven (in Word)

Hoofdstuk 4

De organisatie

Een organisatie is een samenwerkingsverband van mensen dat gericht is op het bereiken van een of meerdere doelstellingen. Een organisatie is er niet voor zichzelf, maar heeft bestaansrecht omdat zij voorziet in maatschappelijke behoeften. Vanuit de maatschappij is er steeds meer vraag naar verslaggeving van organisaties met betrekking tot maatschappelijk verantwoord ondernemen. Denk hierbij aan: in welke mate belast de organisatie het milieu en wat doet de organisatie op het gebied van diversiteit? In dit hoofdstuk leer je hier meer over.

Ook gaat het hoofdstuk over verschillende soorten organisaties. Organisaties kunnen op verschillende manieren worden ingedeeld. Zo maken we onderscheid tussen commerciële en niet-commerciële organisaties. Commerciële organisaties streven naar een positief resultaat, terwijl niet-commerciële organisaties een ideëel doel hebben. Voorbeelden van niet-commerciële organisaties zijn stichtingen, zoals het Wereld Natuur Fonds, en verenigingen, zoals een plaatselijke voetbalclub. In dit hoofdstuk leer je alles over deze twee rechtsvormen: de stichting en de vereniging.

Begrip Omschrijving
Aansprakelijk de verplichting om de nadelige gevolgen (schade) van een gebeurtenis te dragen.
Algemene ledenvergadering Vergadering waarbij alle leden van een vereniging worden uitgenodigd. Deze vergadering is het hoogste besluitvormingsorgaan van een vereniging en moet minstens een keer per jaar worden gehouden.
Belastingopbrengsten Het geld dat gezinnen en bedrijven betalen aan de overheid. Voor de overheid vormen dit opbrengsten.
Bestaansrecht Een organisatie heeft bestaansrecht als ze waarde creëert en deze waardecreatie leidt tot opbrengsten die hoger zijn dan de kosten.
Bestuur Orgaan dat de dagelijkse leiding van een organisatie heeft.
College van bestuur Bevoegd gezag of centraal bestuursorgaan.
Commerciële organisatie Een organisatie die gericht is op het maken van winst, er is sprake van een onderneming.
Diensten Niet tastbare producten van derden, zoals: bezorging van de post, scholing, verzekering, advies e.d. Diensten zijn immaterieel, onscheidbaar in tijd (consumptie en productie vallen samen) en vergankelijk (kunnen niet op voorraad worden geproduceerd).
Directeur/directie Orgaan of persoon belast met het besturen van een organisatie.
Hoofdelijk aansprakelijk Als een organisatie haar schulden niet kan terugbetalen dan kan de schuldeiser een willekeurige firmant of directielid persoonlijk aansprakelijk stellen voor de schulden.
Inkomen Wat mensen in een land bij elkaar opgeteld verdienen.
Innovatie vernieuwing van producten en/of productieprocessen.
Maatschappelijke behoeften Behoeften die in de samenleving naar voren komen.
Maatschappelijk verantwoord ondernemen Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) houdt in dat er rekening wordt gehouden met de effecten van het ondernemen op mens, milieu en maatschappij.
Marktaandeel Het aandeel van een bedrijf in de totale afzetmarkt.
Milieu De omgeving waarin iemand leeft.
Natuurlijke personen mensen van vlees en bloed
Niet-commerciële organisatie Een organisatie die een ideëel doel nastreeft, dus niet streeft naar winst.
Omzet Hoeveelheid / aantal × verkoopprijs.
Organisatie Samenwerkingsverband van mensen gericht op het bereiken van een of meerdere doelstellingen.
People het welzijn van de werknemers in het bedrijf en de maatschappij als geheel.
Planet de effecten van de productie op het milieu en het klimaat.
Profit Naast aandacht voor de financiële aspecten van het bedrijf zelf, ook aandacht hebben voor de economische effecten van de onderneming op de maatschappij.
Raad van toezicht Een raad die onafhankelijk toezicht houdt op het college van bestuur.
Rechtspersoon Een organisatie met rechtspersoonlijkheid dat wil zeggen dat zo’n organisatie juridisch gezien als een persoon wordt gezien. Zo’n rechtspersoon kan mensen in dienst nemen, leningen aangaan en koopcontracten afsluiten.
Rechtsvorm De juridische vorm van een organisatie waarin wordt vastgelegd wie de leiding heeft en wie aansprakelijk is voor de schulden van de organisatie.
Sociale vraagstukken Bij sociale vraagstukken kan het gaan om veiligheid en gezondheid, samenstelling van het personeelsbestand (diversiteit), arbeidsomstandigheden, opleiding en training, gezondheids- en veiligheidsmaatregelen en maatregelen om de schadelijke effecten op werknemers te verminderen.
Stichting Een rechtspersoon die geen leden kent en opgericht is om met behulp van een bepaald vermogen een in de statuten vermeld doel te realiseren.
Vereniging Dat is een samenwerkingsverband tussen twee of meer personen die een bepaald niet-commercieel doel willen nastreven.
Waardecreatie Het scheppen van (meer-)waarde. Het leveren van producten / diensten die tegemoet komen aan de behoeften van de klant.
Werkgelegenheid het aantal feitelijk bezette banen in een land (arbeidsvolume).

Extra oefenopgaven (in Word)

Hoofdstuk 5

Organisatiestructuren

In een organisatie moeten de verschillende werkzaamheden goed over de personeelsleden worden verdeeld. In dit hoofdstuk leer je meer over de interne organisatie ofwel de organisatiestructuur: de manier waarop de samenwerking binnen een organisatie gestructureerd wordt. In een organisatie zijn verschillende taken, functies en bevoegdheden te onderscheiden.

De relaties tussen de functies is inzichtelijk te maken door middel van een organigram. In dit hoofdstuk leer je verschillende verticale organisatiestructuren herkennen en tekenen. Hierbij komen de lijnorganisatie, lijn- en staforganisatie, functionele organisatie en projectorganisatie aan bod. Tot slot komt ook de horizontale taakverdeling in dit hoofdstuk aan bod.

Begrip Omschrijving
Aansprakelijk de verplichting om de nadelige gevolgen (schade) van een gebeurtenis te dragen.
Algemene ledenvergadering Vergadering waarbij alle leden van een vereniging worden uitgenodigd. Deze vergadering is het hoogste besluitvormingsorgaan van een vereniging en moet minstens een keer per jaar worden gehouden.
Belastingopbrengsten Het geld dat gezinnen en bedrijven betalen aan de overheid. Voor de overheid vormen dit opbrengsten.
Bestaansrecht Een organisatie heeft bestaansrecht als ze waarde creëert en deze waardecreatie leidt tot opbrengsten die hoger zijn dan de kosten.
Bestuur Orgaan dat de dagelijkse leiding van een organisatie heeft.
College van bestuur Bevoegd gezag of centraal bestuursorgaan.
Commerciële organisatie Een organisatie die gericht is op het maken van winst, er is sprake van een onderneming.
Diensten Niet tastbare producten van derden, zoals: bezorging van de post, scholing, verzekering, advies e.d. Diensten zijn immaterieel, onscheidbaar in tijd (consumptie en productie vallen samen) en vergankelijk (kunnen niet op voorraad worden geproduceerd).
Directeur/directie Orgaan of persoon belast met het besturen van een organisatie.
Hoofdelijk aansprakelijk Als een organisatie haar schulden niet kan terugbetalen dan kan de schuldeiser een willekeurige firmant of directielid persoonlijk aansprakelijk stellen voor de schulden.
Inkomen Wat mensen in een land bij elkaar opgeteld verdienen.
Innovatie vernieuwing van producten en/of productieprocessen.
Maatschappelijke behoeften Behoeften die in de samenleving naar voren komen.
Maatschappelijk verantwoord ondernemen Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) houdt in dat er rekening wordt gehouden met de effecten van het ondernemen op mens, milieu en maatschappij.
Marktaandeel Het aandeel van een bedrijf in de totale afzetmarkt.
Milieu De omgeving waarin iemand leeft.
Natuurlijke personen mensen van vlees en bloed
Niet-commerciële organisatie Een organisatie die een ideëel doel nastreeft, dus niet streeft naar winst.
Omzet Hoeveelheid / aantal × verkoopprijs.
Organisatie Samenwerkingsverband van mensen gericht op het bereiken van een of meerdere doelstellingen.
People het welzijn van de werknemers in het bedrijf en de maatschappij als geheel.
Planet de effecten van de productie op het milieu en het klimaat.
Profit Naast aandacht voor de financiële aspecten van het bedrijf zelf, ook aandacht hebben voor de economische effecten van de onderneming op de maatschappij.
Raad van toezicht Een raad die onafhankelijk toezicht houdt op het college van bestuur.
Rechtspersoon Een organisatie met rechtspersoonlijkheid dat wil zeggen dat zo’n organisatie juridisch gezien als een persoon wordt gezien. Zo’n rechtspersoon kan mensen in dienst nemen, leningen aangaan en koopcontracten afsluiten.
Rechtsvorm De juridische vorm van een organisatie waarin wordt vastgelegd wie de leiding heeft en wie aansprakelijk is voor de schulden van de organisatie.
Sociale vraagstukken Bij sociale vraagstukken kan het gaan om veiligheid en gezondheid, samenstelling van het personeelsbestand (diversiteit), arbeidsomstandigheden, opleiding en training, gezondheids- en veiligheidsmaatregelen en maatregelen om de schadelijke effecten op werknemers te verminderen.
Stichting Een rechtspersoon die geen leden kent en opgericht is om met behulp van een bepaald vermogen een in de statuten vermeld doel te realiseren.
Vereniging Dat is een samenwerkingsverband tussen twee of meer personen die een bepaald niet-commercieel doel willen nastreven.
Waardecreatie Het scheppen van (meer-)waarde. Het leveren van producten / diensten die tegemoet komen aan de behoeften van de klant.
Werkgelegenheid het aantal feitelijk bezette banen in een land (arbeidsvolume).

Extra oefenopgaven (in Word)

Hoofdstuk 6

Management en leiderschap

In een organisatie zijn goed management en leiderschap belangrijk om het personeel in de juiste richting te sturen om de doelen van de organisatie te bereiken. Een manager is verantwoordelijk voor het beheersen en controleren van processen en richt zich op het behalen van concrete resultaten binnen afspraken over bijvoorbeeld budget en tijd. In dit hoofdstuk leer je welke taken precies bij het management horen.

Leiderschap gaat over de omgang van het management met het personeel. Je leert over verschillende leiderschapsstijlen. Sommige leiders richten zich namelijk vooral op de uitvoering van het werk, terwijl andere meer aandacht hebben voor een goede relatie met medewerkers.

Ook leer je hoe medewerkers gemotiveerd kunnen worden om zich in te zetten voor een onderneming of organisatie. Hierbij komen verschillende motivatietheorieën aan bod, waaronder de klassieke theorie en de theorieën van McGregor, Maslow en Herzberg.

Begrip Omschrijving
Behoeftehiërarchie van Maslow Maslow maakt onderscheid tussen vijf hiërarchisch geordende behoeftecategorieën: fysiologische behoeften, behoeften aan veiligheid en zekerheid, behoeften aan sociaal contact en liefde, behoeften aan waardering, behoeften aan zelfverwerkelijking.
Behoeftepiramide van Maslow Een opeenstapeling van vijf behoeftecategorieën met onderaan de meest basale behoeften namelijk de behoeften aan eten, drinken, kleding en onderdak en bovenaan de behoeften aan zelfverwerkelijking.
Consultief leiderschap Na het raadplegen van het personeel besluit de leider autonoom.
Begrip Omschrijving
Controleren Het vergelijken van de werkelijke prestaties met de prestatienormen die vooraf zijn opgesteld.
Dissatisfiers Hygiënefactoren als arbeidsomstandigheden, beloning, arbeidsverhoudingen en kwaliteit van de leiding. Ook wel werkextrinsieke factoren genaamd.
Effectief Het in een zo kort mogelijke tijd bereiken van vooraf vastgestelde doelen.
Efficiënt De gestelde doelen realiseren met zo weinig mogelijk middelen (tegen zo laag mogelijke kosten).
Fysiologische behoeften Behoefte aan eten, drinken, kleding en onderdak.
Leiderschapsmatrix van Blake en Mouton Een matrix waarbij afhankelijk van de mate van de aandacht voor de productie (taken) of de mensen vijf verschillende posities worden onderscheiden.
Leiding geven Het sturen van mensen zodat zij zich optimaal inzetten voor de organisatie.
Middle of the road manager De leider verdeelt zijn aandacht over taken en mensen, maar beiden krijgen onvoldoende aandacht.
Motivatie Het bewust en uit eigen wil meewerken aan de realisatie van iets.
Motivatietheorieën Theorieën ter verklaring waarom iemand wel of niet gemotiveerd is.
Organiseren Het verdelen van de middelen, de taken en de bevoegdheden over de verschillende activiteiten en het onderling afstemmen van die activiteiten om bepaalde doelstellingen te bereiken.
Participatief leiderschap Ook nog democratisch leiderschap genaamd. De medewerkers participeren in de besluitvorming.
Plannen Is het vaststellen van de doelen die op bepaalde tijdstippen bereikt moeten worden en het bepalen van de middelen en activiteiten die nodig zijn om die doelen te bereiken.
Relatiegericht leiderschap de leider heeft veel aandacht voor de mensen maar heeft weinig aandacht voor de taken.
Satisfiers Motiverende factoren als medezeggenschap, erkenning en waardering, verantwoordelijkheid en groeimogelijkheden ook wel werkintrinsieke factoren genaamd.
Taakgericht leiderschap Ook wel autoritair leiderschap genoemd. De leider richt zich vrijwel uitsluitend op de taak en verliest het menselijk aspect uit het oog.
Taakgerichte leiderschapsstijl De uitvoering van de taken is belangrijker dan het personeel.
Teamgericht leiderschap De leider heeft veel aandacht voor zowel de taken als de mensen.
Theorie X en Y van McGregor Volgens theorie X (de klassieke theorie) hebben mensen een hekel aan werken en volgens theorie Y (HRM) is werk even natuurlijk als ontspanning en rust.
Tweefactorentheorie van Herzberg Theorie waarbij onderscheid gemaakt wordt in ‘satisfiers’ en ‘dissatisfiers’. ‘Dissatisfiers’ ook wel hygiënefactoren genoemd geven aanleiding tot het ontbreken van ontevredenheid, ‘satisfiers’ ook wel motiverende factoren genoemd geven aanleiding tot tevredenheid.
Verschraald leiderschap De leider heeft noch aandacht voor de taak, noch voor de mensen.
Werknemersgerichte leiderschapsstijl De relatie met het personeel is belangrijker dan de taak.

Extra oefenopgaven (in Word)