Lesbrief Monetaire Zaken (3e druk)

Geld wordt het smeermiddel van de economie genoemd. Geld is nodig om het goederen- en dienstenverkeer soepel te laten verlopen. Wat we in de economie ‘geld’ noemen is het geheel van munten, bankbiljetten en giraal geld op een betaalrekening. Niet al het ‘geld’ waarover we beschikken is bruikbaar in het betalingsverkeer. Met een spaarrekening bijvoorbeeld kun je niet direct betalen. Ook beleggingen in aandelen moet je eerst verkopen, wil je het geld als ruilmiddel kunnen gebruiken. Economen hanteren dus een iets andere definitie van geld dan je tot nu toe gewend bent.

Geld zoals wij dat kennen, is er niet altijd geweest. Het ontstaan van geld en banken heeft ertoe geleid dat onze economie kon groeien. Hoe meer ‘geld’ we hebben, hoe rijker we ons voelen, maar meer geld in omloop betekent ook een grotere kans op inflatie. Het zijn de taken van de Nederlandsche Bank (DNB) en de Europese Centrale Bank (ECB) om de inflatie te beperken en erop toe te zien dat het op de financiële markten ordelijk verloopt.

Geld en banken beïnvloeden ons leven en dus is het belangrijk om er iets van te weten. Monetaire Zaken is een keuzeonderwerp dat deel uit kan maken van het schoolexamen.

links
Money as debt (video 47 min.)

Geschiedenis van geld (video 2 min.)

Geldschepping (video 2 min.)

Prijsstabiliteit (video 2 minuten)

Monetair beleid (video 4 min.)

Hoofdstuk 1

Geld

Geld is niet meer weg te denken. Maar wat is geld eigenlijk? Waarom hebben we het nodig en hoe is het ontstaan? In ons geldstelsel worden munten en bankbiljetten gebruikt, maar het grootste deel van het geld is giraal. Banken spelen daarom een belangrijke rol in onze economie. Geld heeft een prijs, de rente, die wordt bepaald door vraag en aanbod op de vermogensmarkt. De waarde van het geld wordt beïnvloed door inflatie en deflatie. Het zijn de centrale banken, DNB en ECB, die ervoor verantwoordelijk zijn dat ons geldstelsel soepel werkt en de prijzen stabiel blijven.

Begrippenlijst hoofdstuk 1

Hoofdstuk 2

Banken

De uitvinding van het bankbiljet begint bij de goudsmeden in de Middeleeuwen. Door het uitgeven van ontvangstbewijzen kregen zij de rol van bankier. Later wordt die rol overgenomen door banken die steeds meer girale kredieten gingen verlenen. Door kredietverlening neemt de maatschappelijke geldhoeveelheid toe. Hoe het bankieren in zijn werk gaat, laten we in dit hoofdstuk zien met behulp van een balans en met mutatiebalansen. Ook de rijksoverheid speelt bijvoorbeeld door de uitgifte van staatsobligaties een rol bij geldschepping in ons land.

Begrippenlijst hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

DeDe rol van de centrale bank

De centrale banken, DNB en ECB, hebben elk hun eigen taken in de economie. DNB is meer gericht op het binnenland en houdt zich bijvoorbeeld bezig met toezicht op het betalingsverkeer en onze banken. De ECB voert het monetair beleid uit en richt zich op prijsstabiliteit. Het belangrijkste middel om dat te bereiken is het sturen van de bestedingen met de rente, maar er zijn nog meer mogelijkheden.

Begrippenlijst hoofdstuk 3